Dikke Knuffel En Kriebelkusjes; Een Kort Verhaal

0 Flares Filament.io 0 Flares ×

Er was eens een meisje. Een meisje met ogen zo zwart als de nacht en donkerblond haar dat ze altijd in twee vlechtjes droeg. Haar naam was Agapi, wat het Grieks voor liefde is. Die naam stond haar goed want ze was verliefd, heel erg verliefd. Ze was zo verliefd dat ze niet meer kon slapen, lopen of eten. Ze danste en leefde van de liefde. De jongen waar ze verliefd op was, Andreas genaamd, woonde niet in hetzelfde land als Agapi. Ze had hem ontmoet en werd meteen verliefd op die grote blauwe ogen, dat krullend blond haar, zijn hamsterwangetjes en lieve glimlach.

Hoewel de vonk niet meteen oversloeg waren ze toch naar elkaar toe gegroeid en van elkaar beginnen houden. Ze konden leuk samen lachen en hadden echt een gezellige tijd. De dag brak aan dat Agapi’s reis erop zat en ze terug naar huis moest. Agapi huilde de hele terugweg en kon haar Andreas die spijtig genoeg niet mee kon, maar niet vergeten. Haar gedachten waren bij hem. Ze zag hem voor haar staan en beleefde al die leuke momenten opnieuw. Zijn laatste woorden bleven in haar hoofd nagalmen: “Ik beloof je snel weer terug te zien, ik hou van je. Ik hou van je. Hou van je. Hou van je.” Ze hadden afgesproken om in contact te blijven en brieven te schrijven.

Terug in eigen land ging Agapi meteen naar de winkel mo postzegels en enveloppen te kopen. Thuis schreef ze haar eerste brief. Zee schreef over haar terugreis en dat ze hem niet uit haar hoofd kreeg. Dat ze hem nu al vreselijk miste en van hem hield. Ze sloot de brief af met ‘Dikke knuffel en kriebelkusjes.’ Ze schreef het cijfer ‘1’ op de envelop en verstuurde de brief. Nu kon het wachten beginnen. Wachten op reactie van haar geliefde, haar Andreas. Elke dag opnieuw schreef ze een brief. Ze begon elke brief met “Liefste Andreas,” schreef dan hoe haar dag was en dat ze nog steeds zielsveel van hem hield en niet kan wachten om bij hem te zijn. Eindigen deed ze nog steeds met ‘dikke knuffel en kriebelkusjes.’

Na een maand kreeg Agapi een kaartje in haar brievenbus. Ze sprong bijna een gat in de lucht. Op het kaartje stond: ‘mijn lieve Agapi, ik hoop je snel weer te zien. Liefs Andreas.’ Het was niet veel, maar toch was Agapi er reuzeblij mee. Meteen schreef ze hem terug. Brief twintig ondertussen. Ze schreef hoe dankbaar ze was en hoe speciaal hij voor haar was. Ze hoorde niets meer van hem. Het werd Kerstmis en ze stuurde hem op tijd een kerstkaartje. Toen ze de volgende dag in haar brievenbus keek kon haar geluk niet op. Ze vond een kerstkaartje van Andreas. Hij wenste haar de meest magische kerst ooit. Nog steeds zat er geen brief bij met meer uitleg over hem. Nog steeds wist ze niet wanneer ze hem eindelijk nog eens zou zien. Haar liefde voor hem was ondanks de stilte nog steeds even groot. Haar enige nieuwjaarswens was dan ook dat ze zo snel mogelijk terug in zijn armen zou liggen.

Het nieuwe jaar brak aan en vol goede hoop ging Agapi weer aan het schrijven. Januari sloop voorbij. Nog steeds geen woord van Andreas. Februari is de maand van Valentijn. Agapi stuurde voor die speciale gelegenheid elke dag een kaartje naar haar geliefde. Vurig hoopte ze op een even geliefd antwoord, maar integendeel. Het log sloeg toen en Agapi kreeg eindelijk haar langverwachte brief. Hoopvol en bevend van geluk deed ze de enveloppe open. Ongeduldig ontvouwde ze de brief. Hij was heel kort en bevatte enkel de woorden: ‘Agapi, bedankt voor je brieven, maar ik heb er genoeg van. k hou niet meer van je en wil niet meer van je horen, getekend Andreas.’ Ze kon haar ogen niet geloven en las de brief opnieuw en opnieuw. Ze voelde een steek in haar maag alsof iemand erin kneep. Ze kon zich niet langer inhouden en gaf zich over aan haar verdriet. Ze barstte in tranen uit. Ze zakte op de grond met de brief nog in haar handen. Ze las hem tot de woorden door haar tranen niet meer leesbaar waren. Het liefst van alles zou Agapi nu met Andreas willen praten. Hem overtuigen dat hij het niet kon menen, het haar niet kon aandoen. Dat zij hem wel nog steeds graag zag en bij hem wilde zijn. Maar hij was duidelijk in zijn brief en wilde niet meer van haar horen. Agapi hield zoveel van hem en wilde nog steeds alles voor hem doen. Ze besloot om hem toch te blijven schrijven en hem alles te zeggen wat op haar lever lag. Maar in plaats van de brieven op te sturen, hield ze hen bij; in een mooi versierde doos.

Elke dag opnieuw schreef ze. De dagen werden weken, en men zegt dat tijd de wonden heelt, maar niet bij Agapi. De pijn werd elke dag heviger. Agapi was zo verdrietig dat ze niet meer kon eten, slapen of lopen. Hele dagen lag ze in haar bed en huilde onophoudelijk. Niets kon haar nog troosten. Op een dag kwam Agapi’s moeder haar kamer binnen om Agapi wakker te maken, zoals elke ochtend. Ze stond naast het beden zei zacht haar naam. Geen beweging. Ze probeerde het nog eens maar deze keer harder. Nog steeds geen beweging. Haar moeder trok de lakens van het bed en vond het levenloze lichaam van Agapi. Ze was gestorven aan een gebroken hart.

Het werd een zware en droevige tijd voor Agapi’s moeder. Maar toen de lente kwam, ging ze Agapi’s kamer poetsen. Ze vond de mooi versierde doos vol brieven voor Andreas. Ze besloot om de brieven persoonlijk te gaan bezorgen aan hem. Hij wist immers nog helemaal van niets.

De volgende dag boekte ze haar vliegtuig en een week later was ze op haar bestemming. Ze vond al snel het adres van Andreas. Ze haalde diep adem, verzamelde al haar moed en klopte op de deur. Ze wilde zich net bedenken en terugdraaien toen ze een klik hoorde. Voor het eerst zag ze het perfecte gezicht van Andreas. Ze begreep meteen waarom haar dochter zo verliefd was. Ze stelde zich aan hem voor en vertelde toen het hele verhaal. Om af te sluiten gaf ze hem de mooi versierde doos met brieven. Daarna verdween ze. Andreas bleef verbijsterd achter. Met trillende handen opende hij de doos. Hij las de brieven één voor één. Tranen rolden over zijn wangen bij het lezen van haar wanhopige maar lieve woorden. Hij besefte wat hij haar had aangedaan. Hij had spijt. Dit had ze nooit verdiend. Maar de tijd kon niet worden teruggedraaid.

De volgende dag zat Andreas in het vliegtuig om het graf van Agapi te bezoeken. Daar aangekomen nam hij een stok en kerfde in het zand: ‘dikke knuffel en kriebelkusjes.’

 

Follow/contact me

Geef een reactie